Konijnenfeitjes

Konijnen zijn in principe hele vriendelijke dieren, maar door hormonen of angst kunnen ze zich agressief gaan gedragen. Ze kunnen zeer tam zijn als ze van jongs af aan gewend aan mensen zijn. Een dwergkonijn wordt gemiddeld 7 jaar, maar een wat groter konijn kan bij een goede verzorging wel 10 jaar worden! 
Brokjes

  • Het voer, liefst pellets, moet in afgepaste hoeveelheid worden gegeven: twee eetlepels pellets per dag (=40 gram) is over het algemeen voldoende! Bovendien eet het konijn bij grote hoeveelheden voer niets meer van zijn hooi.
  • Pellets zijn donkergroene staafjes die alles bevatten wat een konijn nodig heeft. Het nadeel van gemengd voer is dat het konijn er alles uitpikt wat hij lekker vindt en de rest laat liggen. Zo krijgt hij een te eenzijdige voeding.
  • Een konijn dat niet eet moet zo spoedig mogelijk worden gedwangvoerd (bv. met Olvarit/Worteltjes/Brinta). Wanneer het konijn na 1-2 dagen niet uit zichzelf gaat eten of verslechtert, neem dan contact op met de dierenarts!
  • Als het spijsverteringskanaal eenmaal helemaal stil ligt, is het moeilijk het weer op gang te krijgen.

Ruwvoer

  • Hooi is zeer belangrijk om het spijsverteringskanaal goed te laten werken en dient altijd voor het konijn beschikbaar te zijn
  • Door het kauwen en malen van het hooi krijgen gebitsproblemen minder kans
  • Ook neemt de kans op diarree en overmatige gasvorming aanzienlijk af

Groente en fruit

  • Wen het konijn langzaam aan groente en fruit; geef kleine hoeveelheden per keer en bouw dit langzaam op. Het konijn kan slecht tegen een plotselinge voerwisseling.
  • Wees voorzichtig met groenten die veel vocht bevatten als sla en andijvie
  • Pas ook op met bloemkool en andere koolsoorten; deze groenten kunnen bij grote hoeveelheden leiden tot gasvorming in de buik.
  • Groenten geschikt voor konijnen zijn: andijvie, witlof, wortel, peterselie, paardenbloemblad en in beperkte mate slasoorten en groen van de kool
  • Fruit geschikt voor konijnen: appel, peer, banaan, sinaasappel, mandarijn.

Huisvesting

  • Een konijn stelt niet te hoge eisen aan zijn woning. Met een ruim verblijf (minstens de afstand van 2-3 sprongen van het konijn), een dikke laag zaagsel of stro en een mogelijkheid om te schuilen (b.v. een kartonnen doos) is hij al tevreden
  • Een konijn kan natuurlijk ook buiten gehouden worden, ook ’s winters, mits het hok goed beschut is
  • Het drinkwater kan het beste gegeven worden met een drinkfles aan het hok
  • Een konijn is in principe zindelijk en zal een plek in het hok uitkiezen om zijn behoefte te doen. Op de markt zijn speciale driehoekige konijnenbakjes verkrijgbaar om zo de keutels en urine op te vangen zodat u ze makkelijk dagelijks kunt verwijderen.
  • In de zomer moet hij over een stukje schaduw beschikken, want in de felle zon kan hij oververhit raken
  • Een konijn is een echt groepsdier en is met een ander of met meer konijnen pas echt gelukkig
  • De kleinste kans op vechten heeft u bij de volgende combinaties: mannetje-vrouwtje (1 of beide gecastreerd/gesteriliseerd), twee gesteriliseerde vrouwtjes of twee gecastreerde mannetjes.
  • Het wennen van twee konijnen kan het beste gebeuren in een omgeving die voor allebei nieuw is. Laat ze dan onder toezicht loslopen en kom alleen tussenbeide als ze heftig gaan knokken. Vaak gaat het echter al snel goed en aan het eind van de dag kunt u ze beide in één hok zetten.
  • Ook konijnen hebben natuurlijk wel persoonlijke voorkeuren. Vaak hebben opvangcentra van de dierenbescherming een goed systeem. Als het toch niet klikt, mag u het konijn terugbrengen en met een ander konijn proberen of dit wel gaat

Voortplanting

  • Vrouwtjes (voedsters) en mannetjes (rammelaars) zijn met 22-52 weken geslachtsrijp, als ze volledig uitgegroeid zijn
  • Kleine rassen met 4-5 maanden, medium rassen met 4-6 maanden en grote rassen met 5-8 maanden
  • Voedsters zijn het gehele jaar door vruchtbaar
  • Door de paring, die 2 seconden (!) duurt, wordt de eisprong geïnduceerd
  • De draagtijd is gemiddeld 30-33 dagen
  • De worpgrootte is 4-12 jongen, maar is afhankelijk van het ras en het aantal nesten dat het dier al heeft gehad: Kleinere rassen hebben kleinere worpen (b.v. bij het dwergkonijn 4-5 ) en grotere rassen grotere (b.v. Vlaamse reus 8-12 jongen)
  • Het konijn bouwt op de 18de -20ste dag van de dracht een nest met hooi en haar dat zij van haar buik plukt
  • Een schijnzwangerschap duurt 18-20 dagen en is herkenbaar aan het bouwen van een nest en het kaalplukken van de onderbuik, maar er komen geen kleine konijntjes
  • De jongen zijn nestblijvers; ze worden kaal en blind geboren en blijven tot 3 weken in het nest
  • Moeders geven slechts eenmaal per dag 5 minuten melk aan de jongen
  • Tot 6 weken mogen ze bij de moeder blijven
  • Het konijn komt als hij geslachtsrijp wordt, in de puberteit; de mannen kunnen gaan sproeien (vergelijk bij de kater; sterk ruikende urine), de vrouwen worden territoriaal en kunnen zelfs agressief worden (grommen en uitvallen naar een hand in het hok).
  • Vanaf 4 maanden kan een rammelaar gecastreerd worden, wees er als hij gaat sproeien snel bij, want anders kan hij dit gedrag gaan aanleren en blijft hij hier, ook na castratie, mee doorgaan
  • Vanaf 6 maanden kan een voedster gesteriliseerd worden, dit voorkomt tevens de grote kans op baarmoederontsteking en tumoren op latere leeftijd

Pijn
Het konijn is een prooidier en zal daardoor pijn niet duidelijk uiten, hier kunt u pijn aan herkennen:

  • Stil zitten in een hoekje
  • Sloomheid
  • Knarsetanden
  • Heel snel ademhalen (hyperventilatie) of zelfs hijgen
  • Slechte eetlust

Indien u een van bovengenoemde verschijnselen bij uw konijn ziet, neem dan contact op met uw dierenarts.

Vaccineren
Er zijn twee belangrijke ziektes die dodelijk kunnen zijn voor het konijn en waartegen hij geënt kan worden:

Myxomatose
Deze ziekte wordt overgebracht door een virus en veroorzaakt gezwellen over het hele lichaam van het konijn, totdat het konijn stopt met eten en sterft. Het virus wordt overgebracht door stekende insecten zoals muggen, vliegen en vlooien en kan zo dus ook bij een konijn dat binnen gehouden wordt voorkomen.

VHD (Viraal Hemorrhagic Disease)
Deze ziekte wordt overgebracht via de urine of ontlasting van wilde konijnen. Via schoeisel of bijvoorbeeld het voeren van besmet vers geplukt gras kan ook ons huiskonijn geïnfecteerd raken. De bloedstolling van het konijn raakt verstoord, waardoor hij overal bloedingen krijgt. Soms gaat de ziekte zo snel dat hij binnen een of enkele uren sterft. Ons advies is om het konijn tegen deze ziektes te enten, tegenwoordig is er een vaccin dat 1 jaar werkt.

VHD2/RHD2
Deze ziekte zorgt voor een iets tragere dood dan het VHD type 1, maar is net zo besmettelijk.